De ontwikkeling van de eenheidsklasse “PION”
Er is een sterke ontwikkeling van ontwerpen van zeegaande wedstrijdjachten, hun materialen, tuigplannen en zeilen. Deze jachten verouderen daardoor snel en het is voor weinigen weggelegd om regelmatig met een kansrijk schip aan de start te komen.

Deze tendens zet zich nog steeds onverminderd voort. Jaarlijks kopen diverse zeilers jachten die op dat moment kansrijk lijken, maar het een uitzondering is als zo’n schip vijf jaar later nog aan een start verschijnt. Daar komt nog bij dat de inrichting van deze racemachines tot het absolute minimum wordt teruggebracht. Met dit uitgespaarde gewicht wordt de kiel verzwaard en door deze vergroting van stabiliteit kan het zeiloppervlak toenemen. Het resultaat is wel dat de bemanning veelal niet meer aan boord overnacht en dat de kwaliteit van het schip als toerjacht goed deels verloren is gegaan.
Deze schepen hebben meestal een buitensporige aantal zeilen aan boord, wat de kosten verhoogt en een grote wedstrijdervaring vereist om te kunnen beoordelen welk zeil onder welke omstandigheden optimaal is. Deze overwegingen leidden in 1973 tot de instelling van een eenheidsklasse van zeegaande wedstrijdzeiljachten door het K.N.W.V. Het ontwerp van Van der Stadt voor de Pion is in competitie met andere ontwerpers na een uitvoerige studie met sleeptankproeven tot stand gekomen; het is nog steeds een modern en sportief schip.
De 7/8 verstaging was destijds nog ongebruikelijk maar wordt de laatste jaren steeds meer toegepast. Het geeft goede trim mogelijkheden en de verhoudingen tussen de oppervlakten van voorzeilen grootzeil is minder extreem. De voorzeilen zij hierdoor wat kleiner en beter handelbaar.
De jachten van de Pionklasse voldoen aan een strikte eenheid, het aantal zeilen is beperkt , de maten van ieder zeil liggen vast en van ieder zeil mag er slechts een in wedstrijden worden gebruikt.
Daarnaast is de pion een goed toerschip met een volledige accommodatie voor vijf personen.
In 1978 maakte een twaalftal pionnen ter gelegenheid van het eerste lustrum van de klasse organisatie een tocht naar Cowes. Ook in 2003 is het de bedoeling om ook weer een lustrumtocht te organiseren, vanuit de klasse organisatie is men hier druk mee doende.
Voor de beste wedstrijdresultaten in een seizoen wordt de Pion jaarprijs uitgereikt volgens het systeem waarmee de winnaars van de Verbondsbezems worden bepaald. Naaste deze wisselprijs is er nog een wisselprijs voor de verste toertocht en een wisselprijs voor de beste prestatie in een buitenlandse wedstrijd.
De laatste jaren is de opkomst bij landelijke wedstrijden IMS en ORC sterk vermindert, doordat de regelgevingen zo snel veranderen en zich alleen richten op de nieuwste ontwerpen. Het gebeurt dan ook dat met een nieuw wedstrijdschip er maar op 1 a 2 jaar wedstrijden gevaren worden, want het jaar daarop is het ontwerp zo ver verouderd en de IMS/ORC meting zover aangepast dat deze schepen nauwelijks meer kans maken om te winnen. Het varen in een eenheidsklasse heeft deze problemen niet omdat alle boten hetzelfde zijn en er niet met handicappen gewerkt hoeft te worden om de plaats te bepalen. Ga je als deelnemer als eerste over de finishlijn dan heb je in principe de wedstrijd gewonnen.